[Officium]
Commune non Virginum non Martyrum

[Missa]
Cognovi

[Oratio]
Verhoor ons, Heer, onze Redder, opdat wij niet alleen vreugde vinden in het feest van uw heilige N., maar ook van haar liefdevolle, trouwe toewijding mogen leren.
$Per Dominum

[Introitus]
!Ps 118:75; 118:120
v. Ik weet, Heer, dat uw oordelen rechtvaardig zijn, en dat het uw trouw is, die mij vernederde. Doordring mijn vlees met vrees voor U, want ik ben beducht voor uw oordelen. (Alleluia, alleluia.)
!Ps 118:1
Gelukkig zij, die smetteloos zijn op hun levensweg, die wandelen volgens de Wet des Heren.
&Gloria
v. Ik weet, Heer, dat uw oordelen rechtvaardig zijn, en dat het uw trouw is, die mij vernederde. Doordring mijn vlees met vrees voor U, want ik ben beducht voor uw oordelen. (Alleluia, alleluia.)

[Lectio]
Lezing uit het Boek der Wijsheid / Spreuken
!Prov 31:10-31
Een sterke vrouw, wie kan ze vinden! als iets uit verre en vreemde landen zo is haar waarde. Het hart van haar man stelt op haar zijn vertrouwen, en in al zijn behoeften zal worden voorzien. Zij bezorgt hem geluk en geen ongeluk, al de dagen van haar leven. Zij voorziet zich van wol en van vlas, en werkt met nijvere handen. Zij gelijkt op een koopvaardijschip: van verre haalt zij haar leeftocht. Als het nog nacht is, staat zij reeds op, en zorgt voor het eten van haar knechten en voor het voedsel van haar dienstmaagden. Zij heeft het oog op een akker en koopt die; van de opbrengst van haar werk plant zij een wijngaard. Zij omgordt haar lenden met sterkte, en zij spant haar krachten in. Zij ondervindt en ziet, dat haar werk gedijt; zelfs 's nachts gaat haar lamp niet uit. Grote dingen neemt zij onder handen, en haar vingers hanteren het spinnewiel. Zij opent haar hand voor de arme, en reikt de noodlijdende steun. Zij behoeft voor haar gezin de kou van de sneeuw niet te vrezen, want al haar huisgenoten dragen dubbele kleren. Zij vervaardigt zich ook dekens; fijn linnen en purper is haar kleding. Haar man is geëerd in de stadspoort, als hij zit bij de oudsten van het land. Zij vervaardigt lijnwaad en maakt het te gelde, en gordels levert zij aan de koopman. Met kracht en met schoonheid is zij bekleed, en met vreugde verwacht zij de toekomst. Zij opent haar mond voor de wijsheid, en woorden van goedheid liggen haar op de tong. Zij gaat de gangen na van haar huishouden, en eet haar brood niet in ledigheid. Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig, ook haar man spreekt met lof over haar. Vele vrouwen hebben zich rijkdommen verzameld, maar gij hebt ze alle overtroffen. Schoonheid is bedrieglijk en bevalligheid ijdel; een vrouw, die God vreest, zij wordt geprezen. Laat haar genieten van het werk van haar handen, en haar daden haar lof verkondigen in de poort.

[Graduale]
!Ps 44:3; 44:5
Bevalligheid ligt op uw lippen, daarom heeft God U gezegend voor eeuwig.
V. Voor de waarheid, de onschuld en het recht; en uw rechterhand voltrekke wondere daden.
Alleluia, alleluia.
!Ps 44:5
Met uw sieraad en luister, ruk op, trek zegerijk voorwaarts en heers! Alleluia.

[Tractus]
!Ps 44:3; 44:5
Bevalligheid ligt op uw lippen, daarom heeft God U gezegend voor eeuwig.
V. Voor de waarheid, de onschuld en het recht; en uw rechterhand voltrekke wondere daden.
_
! Tractus
V. Kom, bruid van Christus, ontvang de kroon, die de Heer u voor eeuwig heeft bereid.
!Ps 44:8; 44:5
Gij hebt de gerechtigheid liefgehad en de boosheid gehaat, Daarom heeft God, uw God, U gezalfd met vreugdeolie boven uw genoten.
V. Met uw sieraad en luister, ruk op, trek zegerijk voorwaarts en heers!

[Communio]
!Ps 44:8
Gij hebt de gerechtigheid liefgehad en de boosheid gehaat. Daarom heeft God, uw God, U gezalfd met vreugdeolie boven uw genoten. (Alleluia.)

[Lectio in 2 loco]
Lezing uit de eerste Brief van de heilige Apostel Paulus aan Timotheüs
!1 Tim 5:3-10
Veelgeliefde, zorg met eerbied voor de weduwen, die werkelijk weduwen zijn. Indien nu een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, dan moet zij eerst leren haar eigen huisgezin te besturen en wederdiensten te bewijzen aan haar ouders; want dat is welgevallig in het oog van God. Wie echter werkelijk weduwe is en alleen staat, die stelle haar vertrouwen op God en houde zich dag en nacht bezig met smekingen en gebed. Want als zo iemand de weelde zoekt, is zij levend dood. Ook daarop moet gij wijzen, opdat zij zich onberispelijk gedragen. Maar als iemand de zorg voor zijn verwanten en vooral voor zijn huisgenoten verwaarloost, dan heeft hij het geloof verloochend en is hij slechter dan een ongelovige. Wie als weduwe een bediening ontvangt, moet niet beneden de zestig jaar zijn, slechts éénmaal gehuwd en bekend om haar goede werken: dat zij kinderen heeft opgevoed, de gastvrijheid heeft beoefend, aan heiligen de voeten heeft gewassen, behoeftigen in hun nood heeft bijgestaan en allerlei goede werken heeft beoefend.
