110:1 Ik wil U loven, o Heer, uit geheel mijn hart, * in de raadskring der vromen en in de grote vergadering.
110:2 Groot zijn de werken des Heren, * berekend op al zijn wilsbesluiten.
110:3 Heerlijkheid en pracht omstralen zijn werken, * zijn gerechtigheid houdt stand in de eeuwen der eeuwen.
110:4 Hij heeft een gedachtenis gesticht voor zijn wonderwerken, † de barmhartige en meedogende Heer; * (5a) spijs gaf Hij aan die Hem vrezen.
110:5b Gedachtig blijft Hij zijn verbond in eeuwigheid; * (6) de kracht van zijn werken heeft Hij aan zijn volk getoond.
110:7 Door hun te schenken het erfdeel der heidenen; * de werken zijner handen zijn trouw en gerechtig.
110:8 Standvastig zijn al zijn geboden, † vastgesteld voor altijd en eeuwig, * gevestigd op waarheid en recht.
110:9a Verlossing heeft Hij aan zijn volk gebracht; * zijn verbond voor eeuwig gevestigd.
110:9b (buig het hoofd) Heilig en ontzagwekkend is zijn Naam; * (10a) het begin van de wijsheid is de vreze des Heren.
110:10b Waarlijk wijs zijn allen, die ze beoefenen; * Hij zij geprezen in eeuwigheid.
