&Vidiaquam

# Incipit
!Wanneer de priester gereed is, begeeft hij zich naar het altaar en, nadat hij de verschuldigde eerbiedsbetuiging heeft gemaakt, bekruist hij zich van voorhoofd tot borst en zegt met luide stem, tenzij door een bijzondere rubriek anders is bepaald:
v. In de naam van de Vader + en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

!*D 
!In Missis Defunctorum, et in Missis de Tempore a Dominica Passionis usque ad Sabbatum sanctum exclusive, omittitur Psalmus Júdica me, Deus, cum Glória Patri, et repetitione Antiphonæ, sed dicto In nómine Patris, Introíbo, et Adjutórium, fit conféssio, ut sequitur: 

!Vervolgens begint hij de antifoon, met de handen tegen elkaar voor de borst:
S. Ik zal opgaan naar het altaar van God. 
M. Naar God, die de blijdschap is van mijn jeugd.
!*&Introibo 
!Vervolgens zegt hij, afwisselend met de misdienaars:
!Ps. 42, 1-5
S. Schaf mij recht, o God, en verdedig mijn zaak tegen een onheilig volk; verlos mij van de bedrieger en de boze.
M. Want Gij, o God, zijt mijn kracht; waarom hebt Gij mij verstoten, waarom ga ik droevig voort, terwijl de vijand mij verdrukt?
S. Zend uw licht en uw trouw. Laat deze mij leiden en mij voeren naar uw heilige berg en in uw woontenten.
M. Dan zal ik opgaan naar het altaar van God, die de blijdschap is van mijn jeugd.
S. En ik zal U loven op de citer, God, mijn God. Waarom zijt Gij bedroefd, mijn ziel, waarom vol onrust in mij?
M. Vertrouw op God, want opnieuw zal ik Hem prijzen, het heil van mijn aanschijn en mijn God.
S. Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
M. Zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
! De priester herhaalt de antifoon:
S. Ik zal opgaan naar het altaar van God.
M. Naar God, die de blijdschap is van mijn jeugd.

!Hij maakt het kruisteken en zegt:
V. Onze hulp + is in de Naam des Heren.
R. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
!Vervolgens verricht hij de schuldbelijdenis, met de handen tegen elkaar en diep gebogen.
v. Ik belijd voor de almachtige God, voor de heilige Maria, altijd Maagd, voor de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, voor alle heiligen en voor u, broeders, dat ik zwaar gezondigd heb in gedachten, woorden en werken (Hij klopt drie keer op zijn borst, terwijl hij zegt:) door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd Maagd, de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u, broeders, voor mij te willen bidden tot de Heer, onze God.
M. Moge de almachtige God zich over u ontfermen, uw zonden vergeven en u zo het eeuwige leven binnenleiden.
!De priester zegt: 
S. Amen.
!en richt zich op. Vervolgens herhalen de misdienaars de schuldbelijdenis, en waar door de priester gezegd werd 'vobis, fratres' en 'vos, fratres', wordt door de misdienaars gezegd 'tibi, pater' en 'te, pater.' 
M. Ik belijd voor de almachtige God, voor de heilige Maria, altijd Maagd, voor de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, voor alle heiligen en voor u, vader, dat ik zwaar gezondigd heb in gedachten, woorden en werken door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd Maagd, de heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u, vader, voor mij te willen bidden tot de Heer, onze God.
!Daarna spreekt de priester, met de handen tegen elkaar, de absolutie uit:
S. Moge de almachtige God zich over u ontfermen, uw zonden vergeven en u zo het eeuwige leven binnenleiden 
R. Amen.
!Hij maakt een kruisteken en zegt: 
S. Moge + de almachtige en barmhartige God ons genade, vrijspraak en vergiffenis schenken van al onze zonden.
R. Amen.

!En gebogen vervolgt hij:
V. God, keer U tot ons en doe ons herleven.
R. Opdat uw volk zich in U verblijde.
V. Doe ons uw barmhartigheid kennen, o Heer.
R. En schenk ons uw heil.
V. Heer, verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot U
V. De Heer zij met u.
R. En met uw geest.
!En terwijl hij de handen uitstrekt en weer samenvoegt, zegt hij met luide stem: 
v. Laat ons bidden. (Hij bestijgt het altaar en zegt in stilte:)
v. Wij vragen U, Heer, neem onze zonden van ons weg, opdat wij zuiver van hart het Heilige der Heilige mogen binnengaan. Door Christus, onze Heer. Amen.
!Vervolgens zegt hij gebogen met de handen tegen elkaar op het altaar: 
v. Wij bidden U, Heer, door de verdiensten van uw heiligen. (Hij kust het altaar in het midden.) wier relikwieën hier rusten, en van alle heiligen, al mijn zonden genadig te vergeven. Amen.

!*S 
# Incensatio
!In de plechtige mis - maar niet in de missen voor de overledenen - zegent de celebrant vóór de antifoon bij de intrede de wierook.
!De diaken buigt een weinig naar de priester en zegt:
D. Wil uw zegen schenken, eerwaarde vader. 
!De priester zegent de wierook en zegt:
S. Moogt gij door Hem + gezegend worden, tot wiens eer gij zult branden. Amen. 
!Dan ontvangt de celebrant het wierookvat van de diaken en hij bewierookt het altaar zonder iets te zeggen.
!Daarna geeft de celebrant het wierookvat terug aan de diaken en deze bewierookt alleen de celebrant. 
!Vervolgens maakt de celebrant aan de epistelkant een kruisteken en zegt de antifoon bij de intrede: 

# Introitus
&introitus

# Kyrie
!Hierna zegt hij, met de handen tegen elkaar, afwisselend met de misdienaars:
S. Heer, ontferm U over ons. 
M. Heer, ontferm U over ons.
S. Heer, ontferm U over ons.
M. Christus, ontferm U over ons. 
S. Christus, ontferm U over ons.
M. Christus, ontferm U over ons.
S. Heer, ontferm U over ons. 
M. Heer, ontferm U over ons.
S. Heer, ontferm U over ons.

!! Gloria
!*&GloriaM
!Daarna spreidt hij, midden voor het altaar, de handen uit, voegt ze weer samen, buigt het hoofd een beetje en zegt, als het voorgeschreven is, 'Glória in excélsis Deo', en hij gaat verder met de handen tegen elkaar. Bij 'Adorámus te, Grátias ágimus tibi,' en bij 'Jesu Christe,'en 'Súscipe deprecatiónem,' buigt hij het hoofd. En bij de woorden aan het einde 'Cum Sancto Spíritu' bekruist hij zich van voorhoofd tot borst.
v. Eer aan God in den hoge, en op aarde vrede aan de mensen van goede wil. Wij loven U, Wij zegenen U, Wij aanbidden U, Wij verheerlijken U, Wij danken U om uw grote heerlijkheid. Heer, God, Koning in de hemel, God, almachtige Vader. Heer, enige Zoon, Jezus Christus. Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader. Gij, die de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons. Gij, die de zonden van de wereld wegneemt, aanvaard ons gebed. Gij, die zetelt aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons. Want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met de Heilige Geest + in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.

#Oratio
!Vervolgens kust hij het altaar in het midden en gekeerd naar het volk zegt hij: 
&DominusVobiscum
!Daarna zegt hij 'Orémus' en één of meerdere oraties naargelang de orde van dienst dit voorschrijft. Dan volgt het epistel, het graduale, tractus of Alleluia met vers, resp. de sequentia, naar gelang het Tijdeigen of de aard van de Mis het vereisen.
&collect

# Lectio
&lectio

# Graduale
&graduale

!*SnD
# Evangelium
!Hierna legt de diaken in een plechtige Mis het evangelieboek in het midden op het altaar en zegent de celebrant - behalve in een Mis voor de overledenen - de wierook, zoals boven aangegeven; vervolgens zegt de diaken neergeknield voor het altaar en met de handen tegen elkaar: 
v. Zuiver mijn hart en mijn lippen, almachtige God, die de lippen van de profeet Isaias met een gloeiende kool hebt gezuiverd. Wil mij ook door uw genadige erbarming zo zuiveren, dat ik uw heilig Evangelie waardig kan verkondigen. Door Christus, onze Heer. Amen.
!Nadien neemt hij het boek van het altaar en, opnieuw knielend, vraagt hij de zegen aan de priester, terwijl hij zegt: 
D. Gewaardig U mij te zegenen, o Heer.
!De priester antwoordt: 
S. Moge de Heer in uw hart zijn en op uw lippen, opdat gij waardig en naar behoren zijn Evangelie verkondigt. In de Naam van de Vader en de Zoon + en de Heilige Geest. Amen.
! En na het ontvangen van de zegen kust hij de hand van de celebrant; en samen met de andere misdienaars met wierook en brandende kaarsen gaat hij naar de plaats van het evangelie en zegt staande met de handen tegen elkaar: 
V. De Heer zij met u. 
R. En met uw geest. 
!En terwijl hij de woorden uitspreekt: 'Vervolg' of 'Begin van het heilige evangelie volgens' N., maakt hij met de duim van de rechterhand een kruisteken op het boek bij het begin van het Evangelie dat hij gaat lezen; daarna maakt hij een kruisteken op zijn voorhoofd, mond en borst. 
&evangelium
!Vervolgens wordt de priester door de diaken bewierookt.
 
!*RnD
# Evangelium
!Indien de priester zonder diaken en subdiaken celebreert, zegt hij, nadat het boek naar de andere zijde van het altaar is gebracht, neergebogen in het midden voor het altaar en met de handen tegen elkaar:
v. Zuiver mijn hart en mijn lippen, almachtige God, die de lippen van de profeet Isaias met een gloeiende kool hebt gezuiverd. Wil mij ook door uw genadige erbarming zo zuiveren, dat ik uw heilig Evangelie waardig kan verkondigen. Door Christus, onze Heer. Amen.
v. Gewaardig U mij te zegenen, o Heer. Moge de Heer in mijn hart zijn en op mijn lippen, opdat ik waardig en naar behoren zijn Evangelie verkondig. Amen.
!Dan zegt hij gekeerd naar het boek en met de handen tegen elkaar: 
V. De Heer zij met u. 
R. En met uw geest.
!En onder het uitspreken van de woorden 'Vervolg' of 'Begin van het heilig Evangelie volgens' N., maakt hij een kruisteken over het boek, op zijn voorhoofd, mond en borst en hij leest het evangelie, zoals hierboven aangegeven. Op het einde antwoordt de misdienaar 'Laus tibi, Christe', en de priester kust kust het Evangelie, terwijl hij zegt 'Mogen door de woorden van het Evangelie onze zonden worden uitgewist'.
&evangelium

!*D 
# Evangelium
!In de missen voor de overleden wordt het 'Munda cor meum' wel gezegd, maar wordt de zegen niet gevraagd, worden geen brandende kaarsen meegenomen en kust de celebrant het boek niet.
v. Zuiver mijn hart en mijn lippen, almachtige God, die de lippen van de profeet Isaias met een gloeiende kool hebt gezuiverd. Wil mij ook door uw genadige erbarming zo zuiveren, dat ik uw heilig Evangelie waardig kan verkondigen. Door Christus, onze Heer. Amen.
!Dan zegt hij gekeerd naar het boek en met de handen tegen elkaar: 
S. De Heer zij met u. 
M. En met uw geest.
!En onder het uitspreken van de woorden 'Vervolg' of 'Begin van het heilig Evangelie volgens' N., maakt hij een kruisteken over het boek, op zijn voorhoofd, mond en borst en hij leest het evangelie, zoals hierboven aangegeven. Op het einde antwoordt de misdienaar 'Laus tibi, Christe' ('Lof zij U, Christus').
&evangelium

# Credo
!*&Credo
!Voor het midden van het altaar strekt hij vervolgens zijn handen uit, heft ze omhoog, voegt ze samen en zegt daarbij, als het voorgeschreven is: 'Credo in unum Deum'. Dan gaat hij verder met de handen tegen elkaar. Wanneer hij 'Deus' zegt, buigt hij het hoofd naar het kruis; dit doet hij eveneens bij de woorden 'Jesum Christum' en 'simul adorátur'. Maar bij de woorden 'Et incarnátus est' knielt hij neer tot gezegd wordt 'Et homo factus est'. Op het einde, bij 'Et vitam ventúri sæculi' bekruist hij zich van voorhoofd tot borst. 
v. Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al het zichtbare en onzichtbare. En in één Heer, Jezus Christus, de enige Zoon van God, en uit de Vader geboren vóór alle tijd. God van God, licht van licht, ware God van de ware God. Voortgebracht, maar niet geschapen, in wezen één met de Vader, door Wie alles geschapen is. Om ons mensen, en om onze zaligheid is Hij uit de hemel nedergedaald. (Hier knielt men.) En Hij heeft een lichaam aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria: en Hij is mens geworden. Om ons ook is Hij gekruisigd, heeft onder Pontius Pilatus geleden, en is begraven. Op de derde dag is Hij verrezen volgens de Schriften. Hij steeg op ten hemel, zetelt aan de rechterhand van de Vader. En Hij zal weerkomen met heerlijkheid om de levenden en doden te oordelen; en aan zijn rijk zal geen einde komen. En in de Heilige Geest, Heer en Gever van het leven, die van de Vader en de Zoon voortkomt. Met de Vader en de Zoon wordt Hij gelijk aanbeden en verheerlijkt. Hij heeft door de Profeten gesproken. En in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergiffenis van de zonden. En ik verwacht de verrijzenis van de doden. En het eeuwig leven in de komende eeuwigheid. Amen.

# Offertorium
!Vervolgens kust hij het altaar en zegt gekeerd naar het volk: 
V. De Heer zij met u. 
R. En met uw geest.  
!Daarna zegt hij 'Orémus' en het offertorium. 
v. Laat ons bidden.
&offertorium

!Indien het een plechtige Mis is, overhandigt de diaken daarna de pateen met de hostie aan de celebrant; anders neemt de priester zelf de pateen met de hostie, die hij opdraagt, terwijl hij zegt:
v. Aanvaard, heilige Vader, almachtige eeuwige God, deze smetteloze offergave, die ik, uw onwaardige dienaar, opdraag aan U, mijn levende en ware God, voor mijn talloze zonden, beledigingen en nalatigheden, en voor alle aanwezigen, maar ook voor alle gelovige Christenen, levenden zowel als doden, opdat hij mijn en hun zaligheid ten goede kome ten eeuwigen leven. Amen.

!De diaken doet wijn en de subdiaken water in de kelk. Als de Mis zonder diaken en subdiaken wordt gevierd, schenkt de priester beide in en met een kruisteken zegent hij het water dat in de kelk gemengd zal worden, terwijl hij zegt:
v. God, + Gij hebt de waardigheid van de menselijke natuur op wonderbare wijze geschapen en nog wondervoller weer hersteld; geef ons, door het geheim van dit water en deze wijn deel aan de godheid van Hem, die zich gewaardigd heeft onze mensheid te delen, Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer: die met U leeft en heerst in eenheid van de Heilige Geest, God: door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

!*D 
!In Missen voor de overledenen wordt bovenstaand gebed gezegd, maar wordt het water niet gezegend. 

!Daarna neemt hij de kelk en draagt deze op, terwijl hij zegt:
v. Wij dragen U op, Heer, de kelk van het heil en smeken daarbij uw goedertierenheid, dat hij in zoete geur mag opstijgen tot voor het oog van uw goddelijke majesteit, tot heil van ons en de gehele wereld. Amen.
!Vervolgens maakt hij een kruisteken met de kelk, plaatst deze op het corporale en bedekt hem met de palla; daarna zegt hij, met de handen tegen elkaar op het altaar en enigszins gebogen:
v. Neem ons aan, o Heer, om onze geest van nederigheid en ons vermorzeld hart en moge ons offer heden zo voor uw ogen voltrokken worden, dat het U aangenaam is, Heer God.
!Hij richt zich op, strekt zijn handen uit en voegt de uitgestrekte handen in de hoogte samen. Tegelijk slaat hij de ogen ten hemel, slaat ze direct weer neer en zegt:
v. Kom, Heiligmaker, almachtige, eeuwige God, (Hij zegent de offergaven:) en + zegen dit offer, uw heilige Naam bereid.

!*S
# Incensatio
!Indien hij op plechtige wijze celebreert, zegent hij daarna de wierook met de woorden:
v. Moge de Heer door de voorspraak van de heilige aartsengel Michaël, die staat aan de rechterzijde van het reukaltaar, en van al zijn uitverkorenen, deze wierook zegenen + en als een zoete geur aanvaarden. Door Christus, onze Heer. Amen.
!En na het wierookvat te hebben aangenomen van de diaken bewierookt hij de offergaven op de wijze die in de rubrieken is voorgeschreven, en zegt daarbij:
v. Dat deze wierook, die door U is gezegend, tot U opstijge, o Heer, en dat uw barmhartigheid over ons nederdale.
!Vervolgens bewierookt hij het altaar en zegt:
!Ps. 140, 2-4
v. Laat mijn gebed, o Heer, als een reukoffer voor U opstijgen, laat het opheffen van mijn handen als een avondoffer zijn. Stel, Heer, een wacht voor mijn mond en een post voor de deur van mijn lippen, opdat mijn hart zich niet nijge tot boze woorden om verontschuldigingen te zoeken voor het kwaad.
!Terwijl hij het wierookvat teruggeeft aan de diaken, zegt hij:
v. De Heer ontsteke in ons het vuur zijner minne en de vlam van eeuwige liefde. Amen.
!Daarna bewierookt de diaken de priester en vervolgens de anderen naar hun rang. 

!Intussen wast de priester zijn handen, terwijl hij zegt:
!Ps. 25, 6-12
v. In onschuld was ik mijn handen en ga rond uw altaar, o Heer. Om openlijk uw lof te verkondigen en al uw wonderen te verhalen. Heer, ik heb lief het verblijf van uw huis en de woontent van uw heerlijkheid. Ruk mijn ziel niet weg met de zondaars noch mijn leven met bloeddorstige mannen; Aan wier handen de misdaad kleeft en wier rechterhand met geschenken gevuld is. Ik echter wandel in onschuld: red mij en wees mij genadig! Mijn voet staat op effen baan; ik zal de Heer in de vergadering loven. 
!*nD
&Gloria

!Enigszins voorovergebogen midden voor het altaar, terwijl de handen tegen elkaar op het altaar rusten, zegt hij vervolgens:
v. Aanvaard, heilige Drieëenheid, deze offerande, die wij U opdragen ter gedachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van onze Heer Jezus Christus, en tere ere van de heilige Maria, altijd Maagd, en van de heilige Johannes de Doper, en van de heilige apostelen Petrus en Paulus en van deze - wier relikwieën in dit altaar rusten - en van alle heiligen, opdat hij hun tot eer en ons tot heil strekke, en dat zij, wier gedachtenis wij vieren op aarde, voor ons ten beste spreken in de hemel. Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.

!Daarna kust hij het altaar en, gekeerd naar het volk, strekt hij de handen uit, voegt ze samen en zegt hardop maar niet te luid:
S. Bidt, broeders, dat mijn en uw offerande welgevallig mag zijn aan God, de almachtige Vader.
!De misdienaar ofwel de omstaanders antwoorden of anders de priester zelf:
M. Moge de Heer het offer uit uw (of mijn) handen aanvaarden tot lof en eer van zijn Naam en ook tot voordeel van ons en geheel zijn heilige Kerk.
!De priester zegt met zachte stem: 
S. Amen.
!Vervolgens strekt hij de handen uit en laat hierop direct zonder het 'Oremus' de secreta volgen.
_
!!Secreta
&secreta

# Præfatio
!Aan het einde bij de conclusio zegt hij met luide stem 'Per omnia sæcula sæculorum' met de prefatie. Hij begint de prefatie met de handen aan weerszijde op het altaar. Daarna heft hij ze enigszins op, terwijl hij zegt: 'Sursum corda'. Hij voegt ze tegen elkaar vóór de borst, en buigt het hoofd bij de woorden: 'Grátias agámus Dómino, Deo nostro'. Dan strekt hij de handen uit en houdt ze uitgestrekt tot aan het einde van de prefatie; hierna vouwt hij ze weer samen en gebogen zegt hij: 'Sanctus'. En wanneer hij zegt: 'Benedíctus, qui venit', bekruist hij zich van het voorhoofd tot de borst.
V. De Heer zij met u.
R. En met uw geest.
V. Hoog de harten.
R. Wij hebben ze tot de Heer verheven.
V. Laten wij de Heer, onze God, danken.
R. Dat is passend en rechtvaardig.
_
&prefatio
_
v. Heilig, heilig, heilig, God der heerscharen. Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend, die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.

# Canon
!Na de prefatie strekt de priester de handen uit, heft ze een weinig omhoog en voegt ze weer samen. Hij slaat de ogen ten hemel, slaat ze dircet weer neer en zegt die gebogen vóór het altaar, terwijl zijn handen op het altaar rusten:
v. Wij bidden en smeken U dan ootmoedig, goedertierenste Vader, door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer, (Hij kust het altaar en met de handen tegen elkaar vóór de borst, zegt hij:) te aanvaarden en te zegenen (Hij maakt driemaal een kruisteken over de hostie en de kelk tegelijk, en zegt:) deze + gaven, deze + geschenken, deze + heilige, smetteloze offers, (Met uitgetrekte handen vervolgt hij:) die wij U in de eerste plaats opdragen voor uw heilige katholieke Kerk, opdat Gij haar over de gehele wereld vrede wilt schenken, behoeden, in eenheid bewaren en besturen tezamen met uw dienaar, onze Paus N. en onze Bisschop N., en alle rechtgelovige bisschoppen en belijders van het geloof der apostelen. 

!Gedachtenis voor de levenden
v. Gedenk, o Heer, uw dienaren en dienaressen N. en N. (Hij voegt de handen samen en bidt een ogenblik voor wie hij wil bidden. Dan vervolgt hij met uitgetrekte handen:) en alle aanwezigen, die hun geloof in U bewezen hebben en wier toewijding Gij kent, voor wie wij U dit offer van lof opdragen, en die het met ons opdragen voor zich zelf en al de hunnen, voor de redding van hun zielen, voor hun welzijn en behoud, en zo brengen zij hun offergaven aan U, eeuwige, levende en ware God.

&communicantes
en van de heilige apostelen en martelaren Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Johannes, Thomas, Jacobus, Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Simon en Thaddeüs, Linus, Cletus, Clemens, Xistus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Johannes en Paulus, Cosmas en Damianus en al uw heiligen; en wil ons om hun verdiensten en gebeden in alles de beschuttende steun van uw bescherming schenken. (Hij voegt de handen tegen elkaar.) Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.

(Hij houdt de handen uitgestrekt over de offergaven en zegt:) 
v. Wij vragen u dan, Heer, aanvaard genadig dit offer van ons, uw dienaren, maar ook van geheel uw gezin;
&hancigitur
vestig in onze dagen uw vrede, wil ons aan de eeuwige veroordeling ontrukken en onder de kudde van uw uitverkorenen rekenen. (Hij voegt de handen samen.) Door Christus, onze Heer. Amen.

v. Wij vragen U, o God, wil dit offer volledig (Hij maakt driemaal een kruisteken over de offergaven.) + gezegend, + geldig, + volwaardig, geestelijk en aanvaardbaar doen zijn, opdat het voor ons het (Hij maakt eenmaal een kruisteken over de hosie) + Lichaam en (en eenmaal over de kelk.) + Bloed moge worden van uw veelgeliefde Zoon, (Hij voegt de handen samen.) onze Heer Jezus Christus. 

v. Die daags voor zijn lijden (Hij neemt de hostie.) brood nam in zijn heilige en eerbiedwaardige handen, (Hij slaat zijn ogen op naar de hemel.) zijn ogen ten hemel opsloeg tot U, God, zijn almachtige Vader, (Hij buigt het hoofd.) U dankte, (Hij maakt een kruisteken over de hostie.) het + zegende, brak en aan zijn leerlingen gaf met de woorden: Neemt en eet allen hiervan:

!Terwijl hij de hostie in beide handen houdt tussen duim en wijsvinger, spreekt hij in stilte nauwkeurig en aandachtig de consecratiewoorden uit over de hostie en tevens over alle hosties, indien er meer geconsacreerd moeten worden.
_
!!!WANT DIT IS MIJN LICHAAM
_
!Direct na het uitspreken van deze woorden knielt hij en aanbidt hij de geconsacreerde Hostie; hij staat op, toont de Hostie aan het volk, legt haar weer op het corporale, en knielt opnieuw ter aanbidding. De priester doet nu duim en wijsvinger niet meer van elkaar tot aan de ablutie [de reiniging] van de vingers na de communie, tenzij hij de Hostie moet nemen.
wait5

(Dan neemt hij de palla van de kelk en zegt:)
v. Op dezelfde wijze nam Hij na het avondmaal (Hij neemt de kelk met beide handen.) deze heerlijke kelk in zijn heilige en eerbiedwaardige handen, (Hij buigt het hoofd.) dankte U wederom, (Hij houdt de kelk met de linkerhand vast en met de rechterhand maakt hij er een kruisteken over.) + zegende hem en gaf hem aan zijn leerlingen, met de woorden: Neemt en drinkt allen hieruit:

!Hij spreekt de consecratiewoorden uit over de kelk, aandachtig en zonder onderbreking, terwijl hij hem enigszins omhooggeheven houdt.
_
!!!WANT DIT IS DE KELK VAN MIJN BLOED, VAN HET NIEUW EN EEUWIG VERBOND, GEHEIM VAN HET GELOOF, DAT VOOR U EN VOOR VELEN VERGOTEN ZAL WORDEN TOT VERGIFFENIS DER ZONDEN
wait5
_
!Na het uitspreken van deze woorden zet hij de kelk weer op het corporale en zegt:
v. Zo dikwijls gij dit doen zult, zult gij het doen ter gedachtenis aan Mij.
!Daarbij knielt hij ter aanbidding, staat op, toont de kelk aan het volk, zet hem neer, bedekt hem en knielt opnieuw ter aanbidding.

(Daarna strekt hij de handen uiteen en zegt:)
v. Vandaar dan, o Heer, dat wij, uw dienaren, maar ook uw heilig volk, indachtig zijn het lijden van deze Christus, uw Zoon, onze Heer, alsook zijn verrijzenis uit de doden en zijn glorievolle hemelvaart. Uit uw geschenken en gaven dragen wij uw verheven majesteit (Hij voegt de handen samen en maakt driemaal een kruisteken over de hostie en de kelk samen, terwijl hij zegt:) een + zuivere offerande op, een + heilige offerande, een + smetteloze offerande, (Hij maakt eenmaal een kruisteken over de Hostie, terwijl hij zegt:) het heilig + Brood van het eeuwig leven (en eenmaal over de kelk, terwijl hij zegt:) en de + Kelk van het eeuwig heil.

(Met uitgestrekte handen gaat hij verder:)
v. Wil het beschouwen met een genadig en welwillend oog en aanvaarden, zoals Gij de gaven van uw rechtvaardige dienaar Abel hebt willen aanvaarden, en het offer van onze aartsvader Abraham en het heilig offer, de smetteloze offerande, die uw hogepriester Melchisedech U aanbood.

!Diep gebogen en met de samengevoegde handen rustend op het altaar, zegt hij:
v. Wij vragen U nederig, almachtige God, laat dit offer door de handen van uw heilige Engel op uw verheven altaar brengen, onder het oog van uw goddelijke majesteit, opdat wij allen, (Hij kust het altaar.) die door de deelname aan het offer op het altaar, het heilig (Hij voegt de handen samen en maak een kruisteken boven de Hostie en een boven de kelk.) + Lichaam en + Bloed van uw Zoon zullen nuttigen, de volheid van de hemelse zegening en genade mogen ontvangen. (Hij voegt de handen samen.) Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.

!Gedachtenis voor de overledenen
v. Gedenk ook, o Heer, uw dienaren en dienaressen N. en N., die ons zijn voorgegaan met het teken van geloof en in de slaap van vrede rusten. (Hij voegt de handen samen en bidt een ogenblik voor de overledenen voor wie hij wil bidden. Dan vervolgt hij met uitgestrekte handen:) Wij bidden U, Heer, hun en allen die in Christus rusten, de plaats van verkwikking, licht en vrede te geven. (Hij voegt de handen samen en buigt het hoofd, terwijl hij zegt:) Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.

!Hij klopt zich met de rechterhand op de borst en verheft zijn stem enigszins bij de woorden:
v. Wil ook ons, uw zondige dienaren, (Hij strekt de handen uit zoals voorheen en vervolgt in stilte:) die op uw rijke barmhartigheid vertrouwen, enig deel en gemeenschap geven met uw heilige apostelen en martelaren: Johannes, Stefanus, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia en al uw heiligen; laat ons in hun gezelschap toe, niet op grond van onze verdiensten, maar om wille van uw barmhartigheid. (Hij voegt de handen samen.) Door Christus, onze Heer.

v. Door wie Gij, Heer, dit alles steeds weer als iets goeds voortbrengt, (Hij maakt driemaal een kruisteken over de hostie, terwijl hij zegt:) + heiligt, + levend maakt, + zegent en ons schenkt.
!Hij neemt de palla van de kelk, knielt, neemt de Hostie tussen duim en wijsvinger van de rechterhand; en, terwijl hij met linkerhand de kelk vasthoudt, maakt hij met de Hostie driemaal een kruisteken over de kelk van rand tot rand bij de woorden:
v. Door + Hem en met + Hem en in + Hem (Dan maakt hij twee keer een kruisteken met de Hostie tussen zichzelf en de kelk bij de woorden:) gewordt U, God, almachtige + Vader, in eenheid met de + Heilige Geest, 
!Terwijl hij de kelk met de Hostie een weinig omhoog heft, zegt hij:
alle eer en heerlijkheid.
!Hij legt de Hostie weer neer, bedekt de kelk met de palla, knielt, staat op en zegt met verstaanbare stem of zingt:
v. Door alle eeuwen der eeuwen. 
R. Amen.

# Preparatio Communionis
!(Hij voegt de handen samen.)
v. Laten wij bidden. Door heilzame voorschriften aangemaand, en in de goddelijke school gevormd, durven wij zeggen: (Hij strekt zijn handen uit.)
v. Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven, en leid ons niet in bekoring. 
R. Maar verlos ons van het kwade. 
S. (De priester zegt in stilte:) Amen.

!Vervolgens neemt hij met de rechterhand de pateen tussen wijs- en middelvinger, laat hem met de rand op het altaar steunen en zegt in stilte:
v. Wij vragen U, Heer, verlos ons van alle kwaad uit het verleden, het heden en de toekomst, en schenk ons op voorspraak van de roemrijke, altijd maagdelijke Moeder van God, Maria, uw heilige apostelen Petrus en Paulus, en Andreas en alle heiligen, (Hij maakt met de pateen een kruisteken van het voorhoofd tot de borst.) genadig uw vrede in onze dagen, (Hij kust de pateen.) opdat wij, met de steun van uw barmhartigheid, ons altijd vrij van zonden mogen houden, en tegen alle onrust beschermd zijn. 
!Hij schuift de pateen onder de Hostie, neemt de palla van de kelk, knielt, staat op, neemt de Hostie, houdt haar met beide handen boven de kelk en breekt haar middendoor, terwijl hij zegt:
v. Door dezelfde Jezus Christus onze Heer, uw Zoon: 
!Hij legt de helft, die hij in de rechterhand houdt, op de pateen. Daarna breekt hij een deeltje af van het deel, dat hij nog in de linkerhand houdt, terwijl hij zegt:
die met U leeft en heerst in eenheid met de Heilige Geest, God.
!De helft die hij in de linkerhand houdt, legt hij bij de helft op de pateen. Het kleine stukje houdt hij met zijn rechterhand boven de kelk die hij met zijn linkerhand vasthoudt bij de nodus onder de cuppa. Daarbij zegt hij met verstaanbare stem of hij zingt:
V. Door alle eeuwen der eeuwen. 
R. Amen. 
!Met dat kleine deel maakt hij driemaal een kruisteken over de kelk, terwijl hij zegt:
v. De vrede des Heren zij altijd met u.
R. En met uw geest.

!Hij laat het kleine stukje in de kelk vallen, terwijl hij in stilte zegt:
v. Deze vermenging en heiliging van het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus moge ons, die het ontvangen, tot eeuwig leven strekken. Amen.
!Hij bedekt de kelk, knielt, staat op, en met de handen tegen elkaar en gebogen voor het Sacrament slaat hij zich driemaal op de borst, terwijl hij met verstaanbare stem zegt:

!*nD
v. Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
v. Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
v. Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, geef ons de vrede.
!&AgnusHook

!*D 
!In Missen voor de overledenen wordt niet 'miserére nobis' (ontferm U over ons') gezegd, maar in plaats daarvan 'dona eis réquiem' ('geef hun de vrede'), en de derde maal wordt eraan toegevoegd 'sempitérnam' ('de eeuwige vrede').
v. Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, geef hun de rust.
v. Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, geef hun de rust.
v. Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, geef hun de eeuwige rust.

!Hij buigt daarna, laat de handen samengevoegd tegen elkaar op het altaar rusten en zegt in stilte de volgende gebeden:
!*&CheckQuiDixisti
v. Heer Jezus Christus, Gij hebt tot uw apostelen gezegd: Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u; zie niet naar mijn zonden, maar naar het geloof van uw Kerk en wil haar naar uw wil in vrede en eenheid bewaren. Die leeft en heerst: God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

!*&CheckPax
!Als de vredeskus gegeven moet worden, kust hij het altaar, en terwijl hij de vrede geeft, zegt hij:
v. Vrede zij u. 
R. En met uw geest.

!*D
!In Missen voor overledenen wordt de vrede niet gegeven, noch het bovenstaande gebed gezegd.

v. Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, Gij hebt volgens de wil van de Vader onder medewerking van de Heilige Geest, door uw dood de wereld het leven geschonken; bevrijd mij door dit, uw heilig Lichaam en Bloed, van al mijn zonden en van alle kwaad, doe mij altijd trouw zijn aan uw bevelen, en laat mij nooit van U gescheiden worden. Die met dezelfde God de Vader en de Heilige Geest leeft en heerst, God, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

v. Moge de nuttiging van uw Lichaam, Heer Jezus Christus, dat ik, onwaardige, durf te ontvangen, voor mij geen vonnis en oordeel betekenen, maar overeenkomstig uw goedheid mij bescherming bieden naar ziel en lichaam en mij een middel ter verbetering zijn. Die leeft en heerst met God de Vader, in eenheid met de Heilige Geest, God: door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

!Hij knielt, staat op en zegt:
v. Het hemels brood zal ik nemen en de naam des Heren aanroepen. 
!Een weinig gebogen neemt hij vervolgens beide delen van de Hostie tussen duim en wijsvinger van de linkerhand. Hij schuift de pateen eronder tussen wijs- en middelvinger van de linkerhand. Met de rechterhand klopt hij zich driemaal op de borst en zegt driemaal eerbiedig en nederig, terwijl hij zijn stem enigszins verheft: 
V. Heer, ik ben niet waardig, (Hij vervolgt in stilte:) dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.
V. Heer, ik ben niet waardig, (Hij vervolgt in stilte:) dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.
V. Heer, ik ben niet waardig, (Hij vervolgt in stilte:) dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.

!Met de rechterhand bekruist hij zich daarna met de Hostie boven de pateen en zegt:
v.  Het Lichaam van onze Heer Jezus Christus moge mijn ziel bewaren voor het eeuwig leven. Amen.
!Hij buigt voorover en nuttigt eerbiedig de beide delen van de Hostie, Na de nuttiging legt hij de pateen op het corporale, richt zich op, voegt de handen samen en blijft een tijdje in stilte het Allerheiligst Sacrament overwegen. 

!Vervolgens neemt hij de palla van de kelk, knielt, verzamelt de partikels, als die er zijn, veegt de pateen af boven de kelk en zegt intussen:
v. Wat zal ik de Heer wedergeven voor alles wat Hij mij schonk? De kelk des heils zal ik opheffen en de naam des Heren aanroepen. Onder lofzangen zal ik de Heer aanroepen en ik zal van mijn vijanden bevrijd zijn.
!Hij neemt de kelk met de rechterhand, bekruist er zich mee, en zegt:
v. Het Bloed van onze Heer Jezus Christus moge mijn ziel bewaren voor het eeuwig leven. Amen.
!En terwijl hij met de linkerhand de pateen onder de kelk houdt, nuttigt hij eerbiedig al het Bloed samen met het kleine deel van de Hostie. Na de nuttiging geeft hij de communie aan de eventuele communicanten, voordat hij zichzelf [zijn mond] purificeert,

&Communio_Populi
wait16

!Vervolgens zegt hij:
v. Mogen wij in een zuiver hart ontvangen, wat wij met de mond nuttigden, en moge de gave in dit leven ons een heilmiddel worden voor het eeuwige.
!Intussen reikt hij de kelk aan de misdienaar die er een weinig wijn in giet, waarmee hij zichzelf [zijn mond] purificeert; dan vervolgt hij:
v. Moge uw Lichaam, dat ik genuttigd heb, o Heer, een vast verblijf in mij vinden; en laat in mij geen smet van zonden over, nu de zuivere en heilige Sacramenten mij hebben verkwikt. Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
!Hij wast zijn vingers, droogt ze af en nuttigt de ablutie; hij veegt zijn mond af en droogt de kelk, die hij na het toevouwen van het corporale bedekt en op het altaar plaatst zoals voorheen. Dan vervolgt hij de Mis.

# Communio
&communio

# Postcommunio
!Na het zeggen van de antifoon bij de communie kust hij het altaar en zegt gekeerd naar het volk:
S. De Heer zij met u.
R. En met uw geest.
!Vervolgens zegt hij, weer naar het altaar gekeerd:
&postcommunio

# Conclusio
!Na het laatste gebed zegt hij, 
S. De Heer zij met u.  
M. En met uw geest. 
!En vervolgt: 'Ite, Missa est' of, indien er een liturgische processie op volgt, 'Benedicámus Dómino'. Deo grátias.
!*D In Missen voor overledenen zegt hij: 'Requiescant in pace.' ('Dat zij mogen rusten in vrede'). Amen. 

&itemissaest

!*&placeattibi
!Nu maakt de celebrant een buiging vóór het midden van het altaar en terwijl zijn handen er samengevoegd op rusten, zegt hij in stilte:
v. Moge, o Heilige Drieëenheid, de hulde van mijn dienstwerk U behagen en laat het offer, dat ik, onwaardige, voor uw majesteit heb opgedragen, U welgevallig zijn en mij, en allen, voor wie ik het heb opgedragen, door uw barmhartigheid verzoening bereiden. Door Christus onze Heer. Amen.

!*&CheckBlessing
!Vervolgens kust hij het altaar, slaat de ogen op, strekt de handen uit, heft ze omhoog en voegt ze weer samen. Hij buigt het hoofd voor het kruis. Ondertussen zegt hij: 
v. U zegene de almachtige God, de
!en gekeerd naar het volk vervolgt hij, terwijl hij slechts eenmaal, ook in plechtige Missen, het zegengebaar maakt. In de Pontificale Mis wordt driemaal het zegengebaar gemaakt, zoals in het Pontificale is aangegeven. 
v. Vader, de Zoon, + en de heilige Geest.
R. Amen.

!*D
!In nmissen waarin gezegd wordt 'Benedicámus Dómino' of 'Requiéscant in pace', wordt de zegen niet gegeven, maar na het zeggen van 'Pláceat' en het kussen van het altaar, leest de celebrant het Evangelie van de heilige Johannes, als het voorgeschreven is. 

!*&CheckUltimaEv
!Vervolgens zegt de priester aan de evangeliekant met samengevoegde handen:
V. De Heer zij met u.
R. En met uw geest.
!Terwijl hij het kruisteken maakt, eerst op het altaar of op het boek en vervolgens op zijn voorhoofd, mond en borst, zegt hij:
&Ultimaev
!Aan het einde van het evangelie van Johannes zegt hij, vertrekkend van het altaar, uit dankzegging de  Ant. 'Trium puerórum' met het overige zoals vermeld aan het begin van het missaal.

!*R
# Orationes Leonis XIII
S. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U, Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus.
O. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
S. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U, Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus.
O. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
S. Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U, Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen, en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus.
O. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
_
O. Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid. Ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet. Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva. Tot U smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uw barmhartige ogen. En toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende Vrucht van uw schoot. O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.
S. Bid voor ons, heilige Moeder van God. 
O. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
_
S. Laat ons bidden. God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U smeekt en verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden, die wij storten voor de bekering van de zondaars, voor de vrijheid en de verheffing van onze Moeder, de heilige Kerk. Dat vragen wij U op de voorspraak van de heilige Maria, de glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder van God, en van de heilige Jozef, haar bruidegom, van de heilige apostelen Petrus en Paulus en van alle heiligen. Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.
_
O. Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd, wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig, dat God hem zijn macht doe gevoelen. En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
_
S. Allerheiligst Hart van Jezus. 
O. Ontferm U over ons.
S. Allerheiligst Hart van Jezus. 
O. Ontferm U over ons.
S. Allerheiligst Hart van Jezus. 
O. Ontferm U over ons.
